De Keuken van het Ongewenste Dier: Kroketje Schipholgans, iemand?

Keuken van het Ongewenste Dier

Wat hebben een Amsterdamse stadsduif, Schipholgans en een muskusrat met elkaar gemeen? Allemaal worden ze hier in Nederland vaak gezien als een ongewenst dier, of zelfs als plaag. Maar, geloof het of niet, ze zijn ook gewoon te eten. ‘En nog lekker ook’, aldus Rob en Nicolle, initiatiefnemers van De Keuken van het Ongewenste Dier.

De twee kunstenaars zijn vier jaar geleden begonnen met hun zogenaamde ‘signaalkeuken’. Je hoort de term ‘no waste’ steeds vaker; varkens worden van nose to tail gebruikt en zelfs supermarkten worden naar dit concept ingericht. Maar ondertussen zijn er heel veel dieren die ongewenst zijn en afgeschoten worden, zonder dat er iets mee gedaan wordt. Ze zijn echter prima te eten en staan in andere landen soms gewoon op de menukaart. Een cultureel ding? Wie zal het zeggen. De Keuken van het Ongewenste Dier hoopt ons in ieder geval aan het denken te zetten met hun kroketje Schipholgans.

Keuken van het Ongewenste Dier

Wat gebeurt er met die beesten?

Rob en Nicolle hebben al zo’n twintig jaar een vormgeversbedrijf. Vier jaar geleden werkten ze aan een project in Amsterdam West, waarbij ze ook de catering deden. Het viel Rob op dat in Nieuw West zoveel ganzen liepen. ‘Van die grote wilde witte ganzen. Ik dacht: laat ik er eentje vangen, dan ga ik daar wat van maken. Toen begon ik er met een kok over te praten en die zei: “Je moet hem niet zelf doden! Dan raakt dat beest in de stress, dat gaat in het vlees zitten en dat smaakt niet meer. Maar hier heb je het telefoonnummer van een Schipholjager, bel die eens, dan kan je er zo eentje krijgen.” Toen ben ik erheen gegaan en kreeg ik een gans mee. Zo’n tien tot twintig kilometer rondom Schiphol worden veel ganzen geschoten, maar je hoort er eigenlijk vrij weinig over. Ik ging daar één gans ophalen en kwam met honderd vragen terug. Waar gaan die ganzen naartoe? Wat gebeurt er met die beesten? Waarom eten we het niet?’ En zo is het idee ontstaan.

Niet lang daarna waren er de ganzenkroketten. ‘Een makkelijk, toegankelijk product dat iedereen lust, iedereen eet, en dat ook een beetje de stevige ganssmaak nivelleert. Na verloop van tijd kwamen de volgende ongewenste dieren. Eerst de Amerikaanse rivierkreeft, en daarna het paard. Het werd op een gegeven moment een soort rollercoaster van dieren die in Nederland ongewenst zijn.’

Keuken van het Ongewenste Dier

Samenwerken met professionals

Ze hebben altijd al iets met eten gehad. Nicolle heeft vroeger zelfs een tijdje als kok gewerkt en ook Rob is matrooskok geweest. Rob: ‘Ik ben altijd met koken bezig geweest, maar niet zo intensief als de laatste tijd. We werken veel met professionele koks. We doen het een beetje samen, hebben ideeën en praten erover. De producten moeten aan eisen voldoen en we vinden het belangrijk dat we het volgens de regels doen. Daarom brengen we de ganzen bijvoorbeeld weg om geplukt te laten worden. Het is leuk om met mensen samen te werken die veel kennis hebben.’ Zo werkt De Keuken van het Ongewenste Dier bijvoorbeeld samen met Franks Smokehouse om de ganzen te roken, De Kleinste Soepfabriek voor de bouillon en Oma Bobs, die de kroketten en bitterballen maakt.

Keuken van het Ongewenste Dier

Eet iets interessants

Volgens Rob is onze eetcultuur erg veranderd. ‘Het gaat om gemak en we willen steeds hetzelfde. Door de massaproductie is de smaak van consumenten behoorlijk afgevlakt. Alle dieren krijgen ongeveer evenveel van hetzelfde voedsel en smaken ook allemaal hetzelfde. Dat is wat de grote supermarkten en consumenten willen. Plus we willen dat alles al is schoongemaakt; vlees zit in kleine stukjes in plastic bakjes. Er zit geen velletje meer aan en geen botje meer in.’ Rob vraagt zich af of het überhaupt nodig is om zo veel vlees te eten. ‘We krijgen veel te veel eiwitten binnen, dus ik ben er een voorstander van om minder vlees te eten. Als je dan toch vlees eet, eet dan iets dat interessant is, uit de omgeving komt, smaak heeft en een beetje een goed leven heeft gehad. Haal dan één keer per week een lekkere hertenbiefstuk bij de jager of de poelier, of eens een muskusrat of een lekkere Amsterdamse stadsduif. Ik vind natuurlijk wel dat iedereen het voor zichzelf moet bekijken en bedenken. Wat wij willen laten zien is in ieder geval hoe wij er mee om willen gaan. Misschien dat mensen er dan iets van willen overnemen. We zijn natuurlijk geen politieagent.’

We zoeken de strijd op tussen eten en dieren die niet als eten gezien worden.

Keuken van het Ongewenste Dier

My Little Pony Burger

‘En dan heb je ook nog het probleem dat veel mensen een bepaald vooroordeel of bepaald beeld hebben van dieren. Dat ze lief of leuk zijn, of juist het tegenovergestelde. Dat ze ziekteverwekkers zijn, of vies. Heel veel is gebaseerd op beeldvorming. En dat proberen we een beetje onderuit te halen met de keuken. We zoeken de strijd op tussen eten en dingen die niet als eten gezien worden. Kijk, je bent dat paardje nu aan het aaien, maar je kan het ook opeten. Heel veel paarden worden hier in Nederland te duur om te houden en worden dan geëxporteerd naar Polen of Spanje waar ze tot worst gedraaid worden. Waarom moeten onze eigen paarden op transport naar het buitenland, terwijl wij goedkoop paardenvlees uit Zuid-Amerika halen? Daarom zijn we met de My Little Pony Burgers begonnen. Paardenvlees is hartstikke lekker en gezond.’

Ragout van muskusrat

Zo zijn er nog veel meer dieren die in Nederland niet gegeten worden omdat we niet gewend zijn deze dieren als voedsel te zien. ‘Zoals bijvoorbeeld de muskusrat. Het is eigenlijk een bever die uit Canada geïmporteerd werd. Soms zie je weleens van die ouderwetse omaatjes met van die bontjassen aan, die zijn vaak van muskusrat gemaakt. Die beesten zijn toen ontsnapt, en nu woekeren ze omdat ze geen natuurlijke vijanden hebben. Ze zitten in de dijken, in holen van een paar meter doorsnede, wat natuurlijk een probleem is in Nederland. Al zestig jaar wordt geprobeerd om die populatie in Nederland (en heel Noord Europa eigenlijk) uit te roeien. In België worden ze gewoon gegeten. Daar staat het als waterkonijn op het menu. Wij maken er een soort ragout van. Het smaakt een beetje als haas, een beest dat veel groenvoer eet. Het is heel rood vlees, echt wild.’

Keuken van het Ongewenste Dier

Vegetariërs eten weer een kroketje

Sinds ze vier jaar geleden zijn begonnen hebben Rob en Nicolle veel mooie reacties gekregen op dit project. ‘Er komen ook veel vegetariërs bij ons langs om te zeggen dat ze het zo’n goed initiatief vinden. Er zijn zelfs vegetariërs die na tien jaar weer eens een kroketje eten. Dat is echt heel leuk.’ Met de Keuken van het Ongewenste Dier proberen Rob en Nicolle een discussie op gang te brengen en mensen aan het denken te zetten. En hoewel misschien niet iedereen staat te springen bij het idee van een Amsterdamse stadsduif op je bord, grote kans dat je er in ieder geval wel met elkaar over in gesprek gaat.

Zelf proberen? De ganzenkroketjes worden verkocht bij supermarkt Marqt en verschillende café’s en snackbarren in Amsterdam. Ook zijn Rob en Nicolle vaak bij verschillende markten, zowel in Amsterdam als daarbuiten, te vinden.

Deel dit artikel:
Pin It

2 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *